Uitbouw vergunning 

Wanneer mag er vergunningsvrij gebouwd worden? 

Alleen in het achtererfgebied mag vergunningsvrij gebouwd worden. 

 

Voorwaarden voor bijbehorende bouwwerken 

LET OP: nieuwe regelgeving per 1-11-2014

In bijlage II van ‘het Besluit omgevingsrecht’ staan de eisen beschreven waaraan een vergunningsvrij bijbehorend bouwwerk moet voldoen. 

Een op de grond staand bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan in achtererfgebied mag vergunningsvrij gebouwd worden, indien er aan de volgende eisen wordt voldaan: 

1. Het is niet meer dan 4 m op afstand van het oorspronkelijk hoofdgebouw en het is niet hoger dan: 

  • 5 m, 

  • 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, en  

  • Het hoofdgebouw, 

 

2. Het is niet meer dan 4 m op afstand van het oorspronkelijk hoofdgebouw: 

  • Indien het hoger is dan 3 m moet het voorzien zijn van een schuin dak, de dakvoet mag niet hoger zijn dan 3 m, de daknok moet gevormd zijn door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule:  maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelgrens [m] x 0,47) + 3. 

  • het moet functioneel ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw, tenzij het huisvesting in verband met mantelzorg betreft. 

 

3. Het moet op een afstand zijn van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied, tenzij er geen redelijke eisen van welzijn van toepassing zijn, 

 

4. De ligging van een verblijfsgebied zoals bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012, in geval van meer dan een bouwlaag, uitsluitend op de eerste bouwlaag. 

 

5. Het is niet voorzien van een dakterras, balkon of andere buitenruimte dat niet op de grond gelegen is, 

 

6. De oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan: 

  • Als het bebouwingsgebied kleiner is dan of gelijk is aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied, 

  • Als het bebouwingsgebied groter is dan 100 m2 en kleiner is dan of gelijk is aan 300 m2: 50%, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2, 

  • Als het bebouwingsgebied groter is dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2, 

 

7. Niet aan of bij: 

  • Een woonwagen, 

  • Een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor het bouwen daarvan is bepaald dat de vergunningshouder na het verstrijken van een, bij die vergunning aangegeven termijn, verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand hersteld te hebben, 

  • Een bouwwerk ten behoeve van een recreatief nachtverblijf door één huishouden. 

 
Mantelzorg 

Onder voorwaarden kan ook huisvesting in verband met mantelzorg vergunningsvrij zijn. Iemand mag (met zijn of haar levenspartner) wonen in een woning of in een bestaand bouwwerk indien de bewoner zorg verleent of zorg ontvangt van de bewoner van de woning. Dit is alleen onder voorwaarden toegestaan. Daarom kan er door de gemeente gevraagd worden om een verklaring van de huisarts, wijkverpleegkundige of andere instantie waarmee de medische behoefte aan zorg wordt onderbouwd. 

 
N.B. Dit is slechts een verkorte weergave van – in veel gevallen – de meest relevante informatie. Download het PDF bestand voor het complete document. 

Bron: www.rijksoverheid.nl/bouwregelgeving